loas
01.10.2011
30 °C
Loas
Er is al weer flink wat gebeurt sinds mijn vorig schrijven. Mijn ouders zijn ons op komen zoeken in Thailand. We hebben met z’n vieren een hele gezellige tijd gehad. Na een dag of 10 moesten Wout en ik echter weer zelf op avontuur uit. Vanaf Chang Mai in noord Thailand zijn we met de bus naar Chang Kong gegaan om hier de grens naar Loas over te steken. In het noorden van Loas zijn wij gaan ziplinen door de jungle. Dit is een echte adrenaline trekker. Lekker met 70 kilometer per uur, tot wel 100 meter boven de grond aan kabels van wel een kilometer lang hangen, aahaaahha me Jane. (kijk voor een korte impressie op: http://www.youtube.com/watch?v=n_WHtHhhCUc
Vervolgens hebben we ons tempo aan Loas aangepast en zijn we geheel in Lao style met de slowboat in twee dagen naar Luang Prabang gevaren. Dit was een hele mooie trip over de Mekong en een hele relaxte manier van reizen. Luang Prabang was net zo relaxed als de reis. Een heel mooi dorpje (UNESCO World Heritage) waar de franse koloniale sfeer nog dominant aanwezig is, waar je op elke hoek van de straat een baguette of een crêpe kan kopen en waar massages lastig te vermijden zijn…parfait!
Na een paar daagjes zijn we verder naar het zuiden afgereisd naar Vang Vieng. Deze rit was wat minder relaxed want we werden vertraagd door een aantal aardverschuivingen. Aan het einde van de dag kwamen we dan toch aan in dit notoire backpackersparadijs. In Vang Vieng kun je namelijk twee dingen doen, tuben (in een band op de stroming van de Mekong dobberen) en zuipen. Ze hebben deze twee activiteiten uitstekend weten te combineren door barretjes langs de Mekong te plaatsen. Je bent dus de hele dag bezig om van bar naar bar te dobberen. Bij elke bar krijg je een shot whisky in je mond gegoten en zijn emmers drank voor een prikkie te koop. Gek genoeg trekt deze plek veel Engelsen aan die er een dolle boel van weten te maken. We waren erg sceptisch maar hebben toch besloten om samen met een ander Nederlands stelletje ons over te geven aan de ´tube-feaver´.
Verrassend genoeg bleek dat het platte volkse gefeest bij ons prima in de smaak viel. Nadat de eerste paar shotjes wespenwhisky (goedkope Laotiaanse meuk waar slangen, schorpioenen of in dit geval een paar honderd wespen in geweekt worden) begonnen te werken, en we door de locale animatiemanager van de kroeg ondergekalkt waren met een watervaste stift kregen we de smaak goed te pakken. Aangemoedigd door de beukende bas van de dubstep en een paar ‘buckets’ wespenwhisky, besloten we dat het toch wel een goed idee was om van de ‘slide of death’ te gaan. De slide of death is een nogal fors uitgevallen betonnen glijbaan voor mensen die door te veel drank iets te overmoedig worden en een beetje een opfrisser nodig hebben. Jaarlijks overlijden er gemiddeld 10 ‘slide of death’ avonturiers door een gebroken schedel of nek en/of verdrinking. Na een paar wespenwhiskietjes is dat echter niet meer zo belangrijk en wij konden de verkoeling inmiddels wel een beetje gebruiken. Kijk voor de (goede) afloop even op http://www.youtube.com/watch?v=VbvpFl3VUUI&feature=related
Sommige Backpackers houden het tuben wel 100 dagen vol maar voor ons was 1 dagje wel weer voldoende. Vervolgens zijn we na een kort bezoek aan de hoofdstad Vientiane verder naar het zuiden afgezakt naar het plaatsje Tha Khaek,het start punt voor de legendarische ‘Loop’.
The loop:
‘The loop’ is een ‘of the beaten track’ tocht door een ruraal gedeelte van Laos. Als je de hele rondrit maakt leg je ongeveer 600 kilometer af, op verhard maar ook voor een gedeelte onverhard wegdek. Startpunt voor ‘The Loop’ is de Travelers Lodge guesthouse. Hier begint het avontuur bij het openslaan van het logboek. Hierin schrijft iedereen zijn avonturen, landkaarten, waarschuwingen en tips in. Een Engelse gast waarschuwde uitdrukkelijk voor loslopende dieren (hoden, geiten, koeien, kippen en varkens) omdat hij ervan overtuigd was dat ze hem wilde doden…we waren gewaarschuwd! Desondanks besloten we ‘The loop’ te doen, gewapend met een rugzakje, 3 dagen schoon ondergoed en één 100cc motorbike van Koreaanse makelij. Ik ben zelf niet de beste motorrijden ter aarde en Wout kan het ding in ieder geval in de volgende versnelling krijgen dus ik vond een plekje achterop wel prima.
Gewapend met een met pen uitgetekende landkaart en enkele aanwijzingen van ene Mr. Ku vertrokken we s’morgens vroeg vanuit het guesthouse. Het zonnetje scheen volop, en de weg was prima. Appeltje eitje!
The Loop gaat door een zeer mooi deel van Laos. We reden door rijstvelden met aan beiden kanten hoge zwarte rotsen die schrep afstaken tegen het felle groen van de rijstvelden en het blauw van de lucht. Een feest voor het oog. We maakten verschillende stops bij een paar grotten en watervallen onderweg. Verder kwamen we langs kleine primitieve dorpjes waar vissers en boeren druk in de weer waren met het verbouwen van rijst en het voeden van hun waterbuffels. Hoe verder we echter van de bewoonde wereld kwamen hoe slechter het wegdek werd. Op een gegeven moment reden we over een met kuilen en rotsen bezaaid landweggetje. Omdat we om de diepe kuilen in de weg heen moesten rijden konden we niet harden dan ca 10 kilometer per uur. De laatste drie uur van de rit gingen dus erg langzaam Rond 5 uur kwamen we dan toch aan in het dorp waar volgens Mr Ku een guesthouse zou zijn. We reden het dorp in en kwamen twee omaatjes in klederdracht tegen aan wie we met handen en voeten vroegen waar we konden blijven slapen. Er werd vaag een richting in gewezen, dus wij reden verder de aangewezen kant uit. Al snel kwamen we langs het enige guesthouse van het dorp. De eigenaar sprak een klein woordje Engels en liet ons onze slaapplek zien, een gammel oud hutje met een half gaar bedje, maar ja, we hadden geen andere optie dus stemden wij in. Onze gastheer vertelde ons dat we geluk hadden omdat vandaag het bootfestival plaatsvond. Het was ons al niet geheel ontgaan dat naast ons houten hutje een enorme schuur stond met feestende Laotiaanse tieners die op de keiharde beat van hun lokale zanghelden aan het springen en hupsen waren. We besloten dat onze enige kans op een beetje nachtrust was om maar een paar biertje achterover te slaan. We waren nog niet binnen of er stonden al een paar jongens om ons heen om met ons te proosten. Het was eigenlijk erg gezellig, en we wilden ons verblijf in ons eigen hutje zo kort mogelijk maken, dus bleven we lekker hangen. Maar op een gegeven moment moest ik toch aan de slaap toegeven en zijn we toch maar tussen de zure lappen gekropen.
De volgende dag waren we weer vroeg onderweg. Het regende een beetje maar het was niet super slecht. Het wegdek was daarentegen wel. We glibberden en gleden we alle kanten uit over klei en natte stenen. Onze motorbike begon er ook onder te leiden, de rem was verbogen en de banden helemaal slap. Na bijna 5 uur en 68 kilometer verder, kwamen we dan eindelijk in het dorpje Laksao aan. Hier konden we wat lunchen, onze beurse kontjes laten rusten en de motorbike even laten maken. Na de lunch moesten we nog een paar uur, maar gelukkig was de weg vanaf dit dorp wel erg goed. Het was wel weer spannend waar we die avond zouden gaan slapen, maar we kwamen een verrassend goed guesthouse tegen met super mooi uitzicht waar we voor een prikje konden verblijven.
De derde een laatste dag begon eigenlijk met het hoogtepunt van de tocht, namelijk een bezoek aan een 7 kilometer lange grot. Ons guesthouse was vlakbij deze grote Kong Lor cave, dus we waren er al vroeg. We moesten eerst met een bootje een stukje de rivier op varen naar de opening van de grot. Uit de opening van de grot kwam een wilde stroom water, we konden er dus niet zomaar in. We moesten eerst uitstappen, om de stroomversnelling heen lopen om vervolgens weer in een ander bootje met motor de grot in te varen. Al na de eerste bocht was het pikdonker. Het enige licht kwam van onze zaklampen. De grot is op sommige plekken wel 100m hoog en het was super spannend om met de boot de kronkels van de rivier die erdoorheen stroomt te volgen. Het was net of we in een soort van onderwater wereld terecht waren gekomen met overal druipstenen en rare vormen. Halverwege de grot zijn we uitgestapt om de stalactieten en stalagmieten te bekijken. Ze hadden een paar gekleurde lampen in de grot aangelegd, wat een mooi effect gaf. Na een korte wandeling stapte we weer het bootje in en gingen we verder totdat we uiteindelijk aan de andere kant van de grot er weer uitkwamen.
Na het bezoek aan de grot begonnen we aan het laatste deel van de tocht, terug naar het startpunt. Jammer genoeg regende het behoorlijk hard, wat de rit nogal koud en nat maakte. Het was ook nog wel een behoorlijk eind (bijna 6 uur rijden) en op het gladde wegdek moesten we oppassen om niet uit te glijden. Uiteindelijk kwamen we net voor het donker, half bevroren en nat tot aan ons ondergoed aan in het hostel. Maar wel weer een avontuur rijker…
We hebben onze reis langs de Mekong nog verder voorgezet en zijn nu in het uiterst zuiden van Laos. Morgen gaan we de grens over naar Cambodja. Wordt vervolgt.
Liefs Rebecca & Wout
Posted by Rebeccadehaan 21:17 Archived in Laos Comments (0)



