Travel blogs by Travellerspoint

loas

semi-overcast 30 °C

Loas

Er is al weer flink wat gebeurt sinds mijn vorig schrijven. Mijn ouders zijn ons op komen zoeken in Thailand. We hebben met z’n vieren een hele gezellige tijd gehad. Na een dag of 10 moesten Wout en ik echter weer zelf op avontuur uit. Vanaf Chang Mai in noord Thailand zijn we met de bus naar Chang Kong gegaan om hier de grens naar Loas over te steken. In het noorden van Loas zijn wij gaan ziplinen door de jungle. Dit is een echte adrenaline trekker. Lekker met 70 kilometer per uur, tot wel 100 meter boven de grond aan kabels van wel een kilometer lang hangen, aahaaahha me Jane. (kijk voor een korte impressie op: http://www.youtube.com/watch?v=n_WHtHhhCUc

Vervolgens hebben we ons tempo aan Loas aangepast en zijn we geheel in Lao style met de slowboat in twee dagen naar Luang Prabang gevaren. Dit was een hele mooie trip over de Mekong en een hele relaxte manier van reizen. Luang Prabang was net zo relaxed als de reis. Een heel mooi dorpje (UNESCO World Heritage) waar de franse koloniale sfeer nog dominant aanwezig is, waar je op elke hoek van de straat een baguette of een crêpe kan kopen en waar massages lastig te vermijden zijn…parfait!

Na een paar daagjes zijn we verder naar het zuiden afgereisd naar Vang Vieng. Deze rit was wat minder relaxed want we werden vertraagd door een aantal aardverschuivingen. Aan het einde van de dag kwamen we dan toch aan in dit notoire backpackersparadijs. In Vang Vieng kun je namelijk twee dingen doen, tuben (in een band op de stroming van de Mekong dobberen) en zuipen. Ze hebben deze twee activiteiten uitstekend weten te combineren door barretjes langs de Mekong te plaatsen. Je bent dus de hele dag bezig om van bar naar bar te dobberen. Bij elke bar krijg je een shot whisky in je mond gegoten en zijn emmers drank voor een prikkie te koop. Gek genoeg trekt deze plek veel Engelsen aan die er een dolle boel van weten te maken. We waren erg sceptisch maar hebben toch besloten om samen met een ander Nederlands stelletje ons over te geven aan de ´tube-feaver´.
Verrassend genoeg bleek dat het platte volkse gefeest bij ons prima in de smaak viel. Nadat de eerste paar shotjes wespenwhisky (goedkope Laotiaanse meuk waar slangen, schorpioenen of in dit geval een paar honderd wespen in geweekt worden) begonnen te werken, en we door de locale animatiemanager van de kroeg ondergekalkt waren met een watervaste stift kregen we de smaak goed te pakken. Aangemoedigd door de beukende bas van de dubstep en een paar ‘buckets’ wespenwhisky, besloten we dat het toch wel een goed idee was om van de ‘slide of death’ te gaan. De slide of death is een nogal fors uitgevallen betonnen glijbaan voor mensen die door te veel drank iets te overmoedig worden en een beetje een opfrisser nodig hebben. Jaarlijks overlijden er gemiddeld 10 ‘slide of death’ avonturiers door een gebroken schedel of nek en/of verdrinking. Na een paar wespenwhiskietjes is dat echter niet meer zo belangrijk en wij konden de verkoeling inmiddels wel een beetje gebruiken. Kijk voor de (goede) afloop even op http://www.youtube.com/watch?v=VbvpFl3VUUI&feature=related

Sommige Backpackers houden het tuben wel 100 dagen vol maar voor ons was 1 dagje wel weer voldoende. Vervolgens zijn we na een kort bezoek aan de hoofdstad Vientiane verder naar het zuiden afgezakt naar het plaatsje Tha Khaek,het start punt voor de legendarische ‘Loop’.

The loop:
‘The loop’ is een ‘of the beaten track’ tocht door een ruraal gedeelte van Laos. Als je de hele rondrit maakt leg je ongeveer 600 kilometer af, op verhard maar ook voor een gedeelte onverhard wegdek. Startpunt voor ‘The Loop’ is de Travelers Lodge guesthouse. Hier begint het avontuur bij het openslaan van het logboek. Hierin schrijft iedereen zijn avonturen, landkaarten, waarschuwingen en tips in. Een Engelse gast waarschuwde uitdrukkelijk voor loslopende dieren (hoden, geiten, koeien, kippen en varkens) omdat hij ervan overtuigd was dat ze hem wilde doden…we waren gewaarschuwd! Desondanks besloten we ‘The loop’ te doen, gewapend met een rugzakje, 3 dagen schoon ondergoed en één 100cc motorbike van Koreaanse makelij. Ik ben zelf niet de beste motorrijden ter aarde en Wout kan het ding in ieder geval in de volgende versnelling krijgen dus ik vond een plekje achterop wel prima.

Gewapend met een met pen uitgetekende landkaart en enkele aanwijzingen van ene Mr. Ku vertrokken we s’morgens vroeg vanuit het guesthouse. Het zonnetje scheen volop, en de weg was prima. Appeltje eitje!
The Loop gaat door een zeer mooi deel van Laos. We reden door rijstvelden met aan beiden kanten hoge zwarte rotsen die schrep afstaken tegen het felle groen van de rijstvelden en het blauw van de lucht. Een feest voor het oog. We maakten verschillende stops bij een paar grotten en watervallen onderweg. Verder kwamen we langs kleine primitieve dorpjes waar vissers en boeren druk in de weer waren met het verbouwen van rijst en het voeden van hun waterbuffels. Hoe verder we echter van de bewoonde wereld kwamen hoe slechter het wegdek werd. Op een gegeven moment reden we over een met kuilen en rotsen bezaaid landweggetje. Omdat we om de diepe kuilen in de weg heen moesten rijden konden we niet harden dan ca 10 kilometer per uur. De laatste drie uur van de rit gingen dus erg langzaam Rond 5 uur kwamen we dan toch aan in het dorp waar volgens Mr Ku een guesthouse zou zijn. We reden het dorp in en kwamen twee omaatjes in klederdracht tegen aan wie we met handen en voeten vroegen waar we konden blijven slapen. Er werd vaag een richting in gewezen, dus wij reden verder de aangewezen kant uit. Al snel kwamen we langs het enige guesthouse van het dorp. De eigenaar sprak een klein woordje Engels en liet ons onze slaapplek zien, een gammel oud hutje met een half gaar bedje, maar ja, we hadden geen andere optie dus stemden wij in. Onze gastheer vertelde ons dat we geluk hadden omdat vandaag het bootfestival plaatsvond. Het was ons al niet geheel ontgaan dat naast ons houten hutje een enorme schuur stond met feestende Laotiaanse tieners die op de keiharde beat van hun lokale zanghelden aan het springen en hupsen waren. We besloten dat onze enige kans op een beetje nachtrust was om maar een paar biertje achterover te slaan. We waren nog niet binnen of er stonden al een paar jongens om ons heen om met ons te proosten. Het was eigenlijk erg gezellig, en we wilden ons verblijf in ons eigen hutje zo kort mogelijk maken, dus bleven we lekker hangen. Maar op een gegeven moment moest ik toch aan de slaap toegeven en zijn we toch maar tussen de zure lappen gekropen.

De volgende dag waren we weer vroeg onderweg. Het regende een beetje maar het was niet super slecht. Het wegdek was daarentegen wel. We glibberden en gleden we alle kanten uit over klei en natte stenen. Onze motorbike begon er ook onder te leiden, de rem was verbogen en de banden helemaal slap. Na bijna 5 uur en 68 kilometer verder, kwamen we dan eindelijk in het dorpje Laksao aan. Hier konden we wat lunchen, onze beurse kontjes laten rusten en de motorbike even laten maken. Na de lunch moesten we nog een paar uur, maar gelukkig was de weg vanaf dit dorp wel erg goed. Het was wel weer spannend waar we die avond zouden gaan slapen, maar we kwamen een verrassend goed guesthouse tegen met super mooi uitzicht waar we voor een prikje konden verblijven.

De derde een laatste dag begon eigenlijk met het hoogtepunt van de tocht, namelijk een bezoek aan een 7 kilometer lange grot. Ons guesthouse was vlakbij deze grote Kong Lor cave, dus we waren er al vroeg. We moesten eerst met een bootje een stukje de rivier op varen naar de opening van de grot. Uit de opening van de grot kwam een wilde stroom water, we konden er dus niet zomaar in. We moesten eerst uitstappen, om de stroomversnelling heen lopen om vervolgens weer in een ander bootje met motor de grot in te varen. Al na de eerste bocht was het pikdonker. Het enige licht kwam van onze zaklampen. De grot is op sommige plekken wel 100m hoog en het was super spannend om met de boot de kronkels van de rivier die erdoorheen stroomt te volgen. Het was net of we in een soort van onderwater wereld terecht waren gekomen met overal druipstenen en rare vormen. Halverwege de grot zijn we uitgestapt om de stalactieten en stalagmieten te bekijken. Ze hadden een paar gekleurde lampen in de grot aangelegd, wat een mooi effect gaf. Na een korte wandeling stapte we weer het bootje in en gingen we verder totdat we uiteindelijk aan de andere kant van de grot er weer uitkwamen.

Na het bezoek aan de grot begonnen we aan het laatste deel van de tocht, terug naar het startpunt. Jammer genoeg regende het behoorlijk hard, wat de rit nogal koud en nat maakte. Het was ook nog wel een behoorlijk eind (bijna 6 uur rijden) en op het gladde wegdek moesten we oppassen om niet uit te glijden. Uiteindelijk kwamen we net voor het donker, half bevroren en nat tot aan ons ondergoed aan in het hostel. Maar wel weer een avontuur rijker…

We hebben onze reis langs de Mekong nog verder voorgezet en zijn nu in het uiterst zuiden van Laos. Morgen gaan we de grens over naar Cambodja. Wordt vervolgt.

Liefs Rebecca & Wout

Posted by Rebeccadehaan 21:17 Archived in Laos Comments (0)

Myanmar

sunny 32 °C

Myanmar

Na een rondreis van twee weken in Myanmar zijn we net weer terug in Bangkok. Hier kunnen we weer in alle luxe en comfort bijkomen van onze indrukwekkende trip naar Myanmar, relaxed onze mail weer checken, onze kleding lekker met zeep laten wassen en onze darmen weer een beetje tot rust laten komen. We kijken terug op een mooie reis in het bijzondere Myanmar, zoals de Loney Planet omschrijft; ’’This is Birma, and there is no place quite like it”. Hier volgt een omschrijving van hoe we gereisd zijn en mijn indrukken van het land.
We zijn op 16 augustus vanuit Bangkok naar Myanmar gevlogen. We hadden onze vlucht en het visum slechts één dag van te voren geregeld, maar gelukkig verliep alles verrassend soepel. We zijn op Yangon gevlogen, dit is niet de hoofdstad van Myanmar, maar wel de enige stad waar je voor een fatsoenlijke prijs op kan vliegen. Je kan ook over land Myanmar in maar dat is erg duur. Zo controleert de regering hoe mensen het land in komen. Ik geloof dat je, om Myanmar een beetje te kunnen begrijpen, je een beetje in de geschiedenis en de politiek van het land moet verdiepen. Wout en ik hebben dus het e.e.a over deze onderwerpen gelezen, en we zijn een paar Burmezen tegengekomen die goed Engels spraken en die hebben ons veel verteld.
Belangrijk om te weten is dat het land tot de tweede wereld oorlog gekoloniseerd werd door Engeland. Dat is nu nog steeds zichtbaar aan de vele koloniale gebouwen. Verder verklaart dit ook waarom de Burmezen erg van Engelse citroencake houden. Op elke markt konden we dan ook lekkere cake kopen wat ik een nogal smakelijke verrassing vond. Myanmar wordt bestuurd door een militaire regering die in 1989 na een coup de communistische staat omver heeft gegooid. We zijn wat mensen tegengekomen die zeggen dat Myanmar sinds 2010 een democratie is, maar voor zover ik heb begrepen zijn verkiezingen nu nog enkel voor de vorm en doen de generaals vooral waar ze zelf zin in hebben. Een taxi chauffeur wist ons te vertellen dat opbrengsten van staatsbedrijven met name worden gebruikt om veto’s af te kopen bij Rusland en China tegen inmenging van de UN zodat ze door kunnen gaan met hun zelfverrijking. Het systeem werkt dus met name voor hen; de bevolking is erg arm en voorzieningen zoals een pensioen en goede zorg zijn er slechts voor de rijken.
Door de politieke situatie is Myanmar een erg gesloten land. Een voordeel hiervan is dat locale tradities en gebruiken bewaard zijn gebleven. Wat bijvoorbeeld opviel na aankomst op het vliegveld was het aparte uiterlijk van de lokale bevolking. Zo lopen de mannen, bijna zonder uitzondering, in traditionele rokken (longyi) en hun lippen en tanden zien bloedrood doordat ze de hele dag betel nut zitten te kauwen. Om de haverklap vliegt er een bloedrode fluim door de lucht en overal zie je smerige rode kledders op de grond liggen. De vrouwen zijn eveneens een bezienswaardigheid met hun traditionele make-up. Ze schminken hun gezicht namelijk helemaal wit met gemalen boomschors.
Het hostel waar we gereserveerd hadden kwam ons gratis bij het vliegveld oppikken. De bus die hiervoor gebruikt werd kwam volgens mij nog uit de jaren 50. Er zaten hele kleine bankjes in met bruin gebloemde bekleding. Onderweg naar het hotel riep de chauffeur wanneer we naar links of rechts moesten kijken om een bezienswaardigheid te zien. Hij was erg trots op zijn land. Het leek een beetje op een schooljongen die trots zijn tekening wilde laten zien. Later bleek dat eigenlijk alle Burmezen onwijs trots zijn op hun land en er graag in geuren en kleuren tegen iedereen over vertellen.
De volgende dag zijn we Yangon te voet gaan verkennen. De brede straten zijn slecht of helemaal niet geasfalteerd en overal zijn er bouwvallige koloniale gebouwen te zien. Sommige gebouwen zijn nog in gebruik maar het merendeel staat er vervallen bij. Tijdens onze wandeling bezoeken we een Pagode (een tempel in de vorm van een soort puntige koepel), een oud koloniaal hotel ‘the Strand’ en hebben we onze hand laten lezen door een waarzegger. We verstonden niet veel van wat ie allemaal vertelde maar hij benadrukte wel meerdere keren dat we veel geluk in ons leven kennen. Tja, volgens mij klopt dat ook wel. Daar wordt je je wel bewust van als je door de armoede van de stad slentert. Verder zijn we over een markt gewandeld in de Indische kwartier. De sfeer in de stad is moeilijk te omschrijven, op de marktjes is het druk en kijk je je ogen uit naar wat er allemaal te koop wordt aangeboden en hoe er gehandeld wordt. Je ziet er bijna geen enkel bekend westers merk, alles is anders dan dat je gewend bent. Er rijden wel wat auto’s maar erg druk is het niet op straat. De auto’s die er rijden zijn allemaal oud en schijnen een vermogen te kosten omdat de overheid extreem hoge belastingen op de verkoopprijs heft. Zo kost een auto van 20 jaar oud nog $50.000, dat verklaart een hoop. Je ziet er nog vaak paard-en-wagen of in sommige gevallen os-en-wagen rijden. Af en toe kom je een theehuis tegen, afgeladen vol met mannen die gespannen naar een voetbalwedstrijd aan het kijken zijn. De vrouwen hebben geen tijd om tv te kijken want die zijn hard aan het werk, zelfs wegwerkzaamheden worden hier veelal door vrouwen gedaan.
Na twee dagen Yangon hebben we de nachtbus naar de Noordelijk gelegen stad Mandalay gepakt. Het was een prima reis over verrassend goede wegen maar toch kwamen we in de ochtend moe aan en wilde we zo snel mogelijk naar een kamer. Gelukkig ging dat lekker soepel en zaten we een uur later al aan een kopje koffie in ons nieuwe tijdelijk onderkomen. Die dag hebben we ons door een vriendelijke taxichauffeur in een 50 jaar oud blauw mazdatje laten rondrijden om een indruk van de stad Myanmar te krijgen. We zijn naar de top van Mandalay hill gelopen voor een mooi uitzicht over de stad. De weg daar boven stond vol met allemaal kleine kraampjes waar we onophoudelijk souvenirs van lokale kooplui kregen aangeboden. Mandalay hill is een heilige berg. We moesten onze schoenen uit doen maar de trap naar boven lag even goed vol met uitgespuugde tabaksdrap en ander afval. Dat mocht de pret allemaal niet drukken want het uitzicht op de top was mooi en we kregen een lekkere work-out. De dagen erna hebben we de omliggende historische dorpjes bekeken. Op zich waren er geen super indrukwekkende dingen te zien maar het waren wel leuke dagtripjes en de echte bezienswaardigheid is het algemene straatbeeld en hoe de mensen leven.
Vanwege hevige regenval stond het water erg hoog en waren er veel overstromingen. Brommers, tractoren met open motoren, en pick-up trucks afgeladen vol met mensen, zochten allemaal hun weg door de overstroomde wegen. In het regenseizoen is dit dagelijkse kost voor de lokale bevolking, maar wij keken onze ogen uit. Verder zagen we dat er veel handel langs de weg gedreven werd. Vissers met grote strooien hoeden op verkochten hun vangst van de dag langs de weg. Als ze een deal hadden gesloten sloegen ze met het ontvangen geld tegen de overgebleven vissen aan voor geluk en meer verkopen.
Na enkele dagen in Mandalay te zijn geweest, zijn we met de bus naar Bagan gereisd. Op de kaart leek het erg dichtbij maar het bleek toch een zeven uur lange, hobbelige tocht te zijn. De reden waarom je naar Bagan gaat is om Stupas en Pagodes te zien. Hier staan in een vrij klein gebied meer dan 2000 van die dingen. Wij hebben het gebied op een fietsje bekeken. Er staan een aantal mooie tempels tussen maar het meest indrukwekkend vond ik het uitzicht vanaf een Pagode. Zover het oog kon reiken waren er tempels zichtbaar, sommige punten waren goud maar ook veel rood, wat erg mooi afstak tegen het dorre vlakke landschap. Het was er heel rustig, dat wil zeggen dat er weinig toeristen waren. Er waren echter wel evenveel souvenirverkopers als in het hoogseizoen die zich nu massaal op ons stortten. Maar om zes uur in de ochtend bij zonsopkomst hadden we het uitzicht voor onszelf, wat ik erg mooi en bijzonder vond.
Onze laatste stop in Myanmar was Lake Inle, een groot meer in het oosten van Myanmar. Ook hier viel de armoede ons echt op. In de avond was het er pikdonker. Het enige licht wat we zagen als we over straat liepen was dat van een zaklamp van iemand die kikkers aan een stok probeerde te prikken om zo een maaltijdje bij elkaar te sprokkelen. We hebben bij lake Inle voor een dag een boot gehuurd die je langs verschillende dorpjes brengt die op palen in het meer staan en waar de bevolking op het water leeft. Elk dorpje heeft zo zijn eigen ambacht. In het ene dorp wordt zilver gesmeden, ergens anders weven ze zijde of lotus en weer een ander dorp houdt zich bezig met het verbouwen van tomaten op drijvende stukjes land. Het was erg leuk omdat het geen toeristen showtje was, mensen leven hier echt nog zo en dat vonden we interessant om te zien..
Kortom, wij vonden Myanmar heel authentiek, een Azië-ervaring in zijn puurste vorm. Een ongerept land dat nog niet beïnvloed is door de multinationals van deze wereld. Mensen zijn trots op hun land, spreken behoorlijk goed Engels en zijn oprecht vriendelijk. Ze hebben niet veel, ze leven in een land waar de regering de lokale bevolking met name lijkt tegen te werken, maar toch is de glimlach op hun gezicht nooit ver weg. Een mooie reis die bij mij veel vragen heeft opgewekt, en een diepe indruk achtergelaten.

Ik heb weer wat nieuwe foto's van Myanmar op deze site gezet.

Liefs Wout en Rebecca

Posted by Rebeccadehaan 06:05 Comments (0)

Java en een puntje sumatra

Er zijn inmiddels al weer ruim twee weken verstreken sinds mijn laatste schrijven, hoe meer we in de ‘reismodus’ raken hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Vanaf Bali zijn we naar Yokjakarta op Java gevolgen. Van de stad Yokjarkarta (centraal/zuidelijk gelegen) zijn we naar Jakarta in het Westen van Java gereisd. Vervolgens zijn we naar Banda aceh (uiterst Westelijk puntje van Sumatra) gevlogen, en met de boot overgestoken naar het waanzinnig mooie eiland Pulau Weh, waar we nu nog steeds zijn. Je maakt natuurlijk van alles mee, leuke momenten, spannende momenten, minder leuke momenten, maar het liefst heb ik het over de hoogtepunten. Daarom hieronder een omschrijving van onze tocht naar Vulkaan Bromo en het tropische eilandje Pulau Weh.

De Bromo Vulkaan (Java)
Volgens de Indonesiërs is alles mooier in het licht van de zonsopgang. Bijna elke tour begint dan ook super vroeg, en zo ook onze tour naar de vulkaan Bromo. Om het ding in het licht van de zonsopgang te bekijken zijn we vroeg op gestaan. Heel vroeg zelfs, namelijk om half 4. Tja, reizen is hard werken….We sliepen op ongeveer 2000 meter hoogte en in de ochtend was het behoorlijk koud, we hebben dus maar onze complete garderobe aangetrokken. Ze verkochten ook mutsen en sjaals maar dat was ook weer overdreven, we zijn immers wel een beetje kou gewend. Op de parkeerplaats waar we moesten wachten op ons vervoer liepen een paar locale bewoners rond, maar niemand leek echt te weten wat er moest gebeuren. Uiteindelijk werd ons kamernummer omgeroepen en werden we met 4 andere toeristen in een 4x4 Jeep gepropt, op weg naar het uitkijkpunt. Typisch Indonesië; als je denkt dat er niets geregeld is, wordt het in de chaos uiteindelijk toch wel weer duidelijk wat er moet gebeuren. Na een ritje van 20 minuten, werden we plotseling uit de Jeep gezet en moesten we tot onze verbazing het laatste stuk in het pikken donker omhoog klimmen en we hadden geen zaklamp of klimschoenen bij ons. Omdat er behoorlijk wat toeristen waren die zich wel goed hadden voorbereid strompelden we in wat gestolen licht van de zaklamp van een paar medeklimmers langs de steile, met vulkaanas bedekte weg naar de top. Een aantal toeristen werd de klim teveel en moest zich voor een kapitaal omhoog laten rijden op de rug van een klein indo-paardje. Die werden door een paar ondernemende vulkaanbewoners als alternatief vervoer aangeboden. Op de tocht naar boven werden we dus regelmatig ingehaald door briesende paarden, locals met grote tassen souvenirs, en moesten we oppassen voor overhangende takken en steile afgronden, wat de wandeling een mooi Aziatisch tintje gaf. Op het uikijkpunt aangekomen bestelden we een kopje Nescafé om bij te komen. Met een warme bak in hand zochten we een mooi plekje op om het spektakel te aanschouwen. Langzaam kwam de zon op en werd het uitzicht aan ons onthuld. Het was schilderachtig mooi. De opstijgende rook uit de krater van de vulkaan, de lange schaduwen en de uitgestrekte zandvlakte eromheen, gehuld in een steeds helder wordend oranje licht, maakte het een adembenemend schouwspel. Na enkele duizenden foto’s liepen we rond 6 uur terug naar de Jeep. In het fellere daglicht zagen we eigenlijk pas hoe gevaarlijk het pad omhoog was. Het was super smal en liep langs steile afgronden met afgebrokkelde kanten en uitstekende wortels, zonder enige vorm van afscheiding of railing. Gelukkig was het goed gegaan.Vervolgens gingen we met de Jeep naar de vulkaan toe, om recht in de krater te kunnen kijken. Wederom mochten we het laatste stukje lopen. Door de diepe groeven, veroorzaakt door de lava van de laatste uitbarsting liepen we omhoog. De harde wind blies de as van de vulkaan hard over het vlakke landschap waardoor we een week later nog steeds as in ons haar, neusgaten en tussen onze tanden voelden. Maar na een flinke klim omhoog werden we beloond met een glimp van het binnenste van moeder aarde. De krater produceerde enorm veel rook, wat gepaard ging met een hard sissend geluid. Al balancerend op de rand van de krater in de harde wind boezemde al het natuurgeweld behoorlijk wat ontzag in. Op de weg naar beneden kon ik de verleiding niet weerstaan en ben ik op een indo-paardje gaan zitten. Ik dacht dat het wel leuk zou zijn om een galopje naar de Jeep toe te maken, maar daar was het koppige beest het niet mee eens. Het draaide zijn hoofd om en begon in mijn voet te bijten. Die truck kende ik nog niet! Maar onder een beetje druk wist ie er toch nog een paar galoppassen uit te persen. Zo kwamen we weer bij de Jeep, en kwam ons Bromo avontuur tot een eind..

Pulau Weh (Sumatra)

Pulau Weh; een eilandje in Sumatra wat nog niet door het massatoerisme is ontdekt. Precies waar we naar op zoek waren!. Het is een klein verborgen paradijsje. We hebben een hutje voor ongeveer 6 euro per nacht gehuurd. Het staat op hoge palen in het turkooizen zeewater van de indische oceaan en kijkt uit op de ´coral gardens´ van de Indische oceaan. De biodiversiteit is hier extreem groot en we hebben ons al een paar keer afgevraagd waarom sommige vissen er in godsnaam uit moeten zien als een meesterwerk van Picasso. Gewapend met een snorkelsetje en een t-shirt tegen het verbranden liggen we een paar uur per dag in het water om alles in het kristal heldere water te bekijken. Tot nu toe hebben we voor onze deur al octopussen, barracuda’s, lionfish, stonefish, parrotfish, en triggerfish gezien. Volgens Wout zit er meer dan dat hij tijdens zijn duik heeft gezien, met uitzondering van de 2m lange black tip reef shark, maar dat vind ik eigenlijk wel prima…We hebben het erg relaxed. Ons dagritueel begint met een lekkere bananenpannenkoek en een fruitshake, bereid door een Indonesisch vrouwtje genaamd ´Mama´. Ondanks dat er meerdere restaurantjes op het eiland te vinden zijn, eten we elke maaltijd bij Mama omdat ze enige is die bereid is om overdags eten te serveren, op voorwaarde dat we het in ons hutje opeten. In verband met Ramadan wordt het niet gewaardeerd dat toeristen en plain public zitten te eten terwijl de goedgelovige moslims het de hele dag zonder zelfs een slokje water moeten stellen. Met het uitzicht vanaf ons hutje vinden we dat echter geen enkel probleem. Verder hebben we op het eiland een mooie brommertocht gemaakt over geweldige verlaten slingerende weggetjes. We hebben de tocht af en toe onderbroken om wat apen, paradijsvogels en een varaan te bekijken, en een keer om de brommer uit de greppel te trekken nadat we een paar kippen hadden ontweken. (niks ernstigs gebeurd, de kippen hebben het overleefd)

Morgen wordt het tijd om dit mooie plekje achter ons te laten, en naar oerang oetangs te gaan kijken. Daarover lees je in mn volgende verhaal!

Foto's van bromo en pulau weh zijn te vinden onder deze link: http://www.travellerspoint.com/photos/gallery/users/rebeccadehaan/

Rebecca & Wout

Posted by Rebeccadehaan 07:40 Comments (0)

Budget accommodation bookings

Read reviews from other Travellerspoint members.

twee weken Bali, een terug blik

Morgen gaan we naar lombok, het is dus eens tijd om terug te blikken op de afgelopen twee weken en de hoogtepunten met jullie te delen.
Onze eerste dagen hebben we in Kuta doorgebracht, dat is zo’n beetje de grootste stad van Bali. Wout is zeven jaar geleden al eens op Bali geweest en hij omschreef altijd een rustig eiland, alles comfortabel en dicht bij elkaar. Na aankomst merkten we al snel dat niets minder waar was. We stonden voor een rit van 5 kilometer wel een uur in de file. We hebben zelfs in de file gestaan om de parkeerplaats van een restaurant in te komen. We hadden al snel bedacht om net als de locals een motorbike als vervoersmiddel te gebruiken. We behoorlijk eng want verkeersregels zijn er niet echt en iedereen rijdt gewoon met een korte broek en slippers. Je ziet dan ook veel toeristen met gebroken armen en benen rondlopen.
Ik was de eerste week op Bali jarig, wat echt geweldig was. Maurice, vriend van Wout, werkt in een 5 sterren hotel en Wout heeft er met hem voor gezorgd dat ik compleet in de watten ben gelegd, met champagne, taart en er werd zelfs nog voor me gezongen. Vervolgens hebben we het drukke Kuta achter ons gelaten en zijn we via Ubud naar de Noordkust van Bali gegaan, waar het aan de kust veel rustiger is. Hier hebben we een paar leuke avonturen beleefd.

Duiken
Ik heb voor de eerste keer in mijn leven gedoken in Tulamben (noord Bali), een bijzondere plaats omdat er 60 jaar geleden een schip 20 meter van de kust gezonken is. Terwijl je meestal erg diep moet duiken om een wrak te zien, kan je er hier al meteen met je eerste duik naar toe. Ik vond het echt een hele bizarre ervaring, achteraf weet ik eigenlijk niet zeker of ik het wel echt heb meegemaakt. Nadat Wout dagen achtereen op me in had gepraat om me te overtuigen om te gaan duiken, begon de duik met de uitleg van de duikinstructeur. Ik had verwacht dat die me vooral gerust zou stellen, maar de uitleg duurde ongeveer 1 minuut en toen ik zei dat ik nogal zenuwachtig was, was zijn reactie, ,,No problem, slowly slowly”, nou, ik was helemaal gerustgesteld :-)
Maar eenmaal onder water was ik blij dat ik me heb laten overhalen. Ik vond het erg vreemd om gewoon onder water adem te kunnen halen en het was best wel spannend om 10 meter onder het water oppervlakte te zitten. Maar die ontelbare vissen met bizarre keuren maakte het een ongelofelijke ervaring. We hebben zelfs door een school met duizenden enorme zilveren vissen heen gezwommen. Het is net of je door een heel groot aquarium zwemt. Een spannend moment was toen er een Murene (een grote gekleurde zeeslang met een grote bek) uit zijn hol kwam en me met zijn open bek heel dreigend aankeek. Ik wou graag uit de buurt blijven maar door de stroom kwam ik juist steeds dichterbij. Ik verloor mijn evenwicht (blijkbaar moet je met duiken ook op je balans letten) en plofte vlak naast de Murene op de zeebodem. Gelukkig stak Wout zijn hand uit om me te redden, Achteraf moesten we er natuurlijk erg om lachen.

Spearfishing (oftewel vissen met n harpoen)
Niet echt ‘my cup of tea’ maar meer dat van Wout. We kwamen aan bij het dorpje Lovina en raakten al snel aan de praat met een lokale jongen die graag al onze toertjes voor ons wilde regelen. Wout riep op goed geluk dat hij graag zou willen speervissen, en verwachtte eigenlijk een afwijzend antwoord. Toen die jongen, ,, Ok my friend” zei, zaten we al snel aan een excursie vast met een lokale vissersboot om er s’nachts op uit te trekken op zoek naar vis om ze vervolgens te doorspiezen en ze later, bereid door de vrouw van de visser, op te eten. Rond een uur of zes ‘s avonds stapten we in een uitgeholde palmboom en voeren we de oceaan op. De jongen had een accu bij zich die hij in een rubberen band stopte met daaraan, via een lange kabel een felle waterdichte lamp bevestigd. Deze nam hij mee onderwater om er voor te zorgen dat we iets konden zien. Ik had voor mezelf bedacht dat ik het allemaal wel vanaf de boot zou bekijken, dus Wout ging samen met de visser het water in. De zon moest echt onder zijn want anders zijn de vissen te agressief zei de jongen luchtig, ik dacht nou, ik sla wel ff over haha!!. Toen het pik donker was doken Wout en de guide de nacht in. Al snel verdwenen ze volledig uit mijn zicht, waarna ik alleen met een oudere man op de boot zat met wie ik geen woord kon wisselen omdat hij geen engels sprak en mijn Indonesisch ook niet meer is wat het geweest is. Plotseling hoorde ik vanuit de verte een luid gejoel; Wout had een inktvis te pakken! Boven water verzetten het arme dier zich tegen de stalen pin door zijn lijf door wild inkt om zich heen te spuiten, maar daar liet het vissersduo zich eerder door aanmoedigen dan afschrikken. Hmm. Na een half uur was ik het wel een beetje zat op die boot en besloot toch maar mee het water in te gaan. Ik dook, gewapend met een masker en snorkel in de pikzwarte zee om te kijken of het speervissen nou echt zo spectaculair was als Wout beweerde. Ik vond het erg spannend en toen vanuit de verte de gebedsliederen van de locale hindoe tempel over het water kwamen rollen, werd de sfeer alleen maar spannender. Alsof we op een missie waren. Nou, Wout leek ook op een missie want om de haverklap dook hij naar de diepte, tot wel een meter of 5. Wanneer hij dicht bij de vis was, schoot hij de harpoen op de vis af. Uiteindelijk kwamen we een ervaring, 3 inktvissen en zo’n 12 vissen rijker de wal weer op. (zie voor de vangst de foto) Ze smaakten heerlijk, bereid op de ongewassen grilpan van de familie. De CapCoy met ondefinieerbare babi lever had misschien niet gehoeven…

Veel liefs uit Bali van Wout en Rebecca

Posted by Rebeccadehaan 03:36 Comments (0)

Het is bijna zover

Vertrek 26 Juni 11:15

overcast 17 °C

Hallo allemaal,

Het moment waar ik al tijden op wacht is bijna daar! Morgen gaan Wout en ik op reis. First stop is Bali.
Op deze site zullen wij onze meest bijzondere verhalen en hopelijk mooie foto's en leuke filmpjes met jullie delen.
Natuurlijk blijf ik ook graag op de hoogte van alles op het thuisfront, dus laat als het kan eens iets horen, graag via mijn emailadres: rebecca_de_haan@hotmail.com

For those who only speak English. I will be using this site to share my travelstories, pictures and films with you.
Of course I would also love to here from you so please drop me a note every now and then on rebecca_de_haan@hotmail.com

Tot snel,
Rebecca

Posted by Rebeccadehaan 25.06.2011 11:10 Archived in Netherlands Tagged planes Comments (0)

(Entries 1 - 5 of 5) Page [1]